Roodborstje tikt aan het raam,
tin, tin, tin.
Laat mij erin.
Laat mij erin.
Het is hier zo koud
en te guur naar mijn zin.
Laat mij erin.
Laat mij erin.
Het meisje deed open
en had in haar schoot,
korreltjes haver en kruimeltjes brood.
Dat was het roodborstje
recht naar de zin.
Ging toen het bos niet meer in.